FR | EN | NL

Memorial 1815

 

De strijdkrachten tijdens en de artillerie

De strijdkrachten tijdens de Belgische veldtocht

Het Grote Leger: 125.000 manschappen. Zowel dienstplichtigen, uitstekende manschappen, geharde soldaten, overlevenden van het Keizerrijk, overlevenden van de Spaanse Oorlog…
De geallieerden: 210.000 manschappen

  • Een Engels leger voor de helft samengesteld uit Engelse soldaten en Duitse huursoldaten, opgeleid met een ijzeren discipline. Gereputeerd voor hun sterke verdediging.
  • Een Nederlands leger dat integraal deel uitmaakt van het leger van Wellington en dat wordt geleid door de Prins van Oranje-Nassau. 
  • Een erg gemotiveerd Pruisisch leger, gedreven door het opkomende gevoel van Duits nationalisme en door de honger naar wraak tegen Frankrijk. Ze hadden weinig ervaring en waren niet echt gehard, maar zeer talrijk.

De artillerie

De artillerie van die tijd bestaat hoofdzakelijk uit kanonnen. De belangrijkste munitie zijn kogels met een gewicht van 6, 8, 9 of 12 pond, afhankelijk van het type kanon, en met een reikwijdte van maximaal iets meer dan een kilometer voor de kogels van 12 pond. De kogels zijn van gietijzer en exploderen niet. Verder zijn er ook “kartetsen”: lichte bussen van ijzerblik, gevuld met ijzeren kogels (kartetskogels), die werken als gigantische patronen. De effectieve reikwijdte betreft niet meer dan 400 meter.

De Britten beschikken over een nieuw soort munitie, schrapnel genaamd. Een granaatkartets, gevuld met musketkogels, die kort na het schot in de lucht ontploft. Deze munitie met een reikwijdte van 900 meter blijkt tijdens de slag bij Waterloo zeer doeltreffend. De Britten zouden er meer dan driehonderd van hebben afgevuurd.
 
Het geweer van die tijd is het silexgeweer. De reikwijdte en precisie zijn beperkt. Het laden (langs de pan en de loop) duurt lang. Het schot produceert een enorme rook (zwart kruit). Bij vochtig weer (zoals toen in Waterloo), zijn er heel wat mislukte schoten afgevuurd. Bij het treffen opent de infanterie het vuur (salvo) op minder dan 100 meter van de vijand. Het gevecht gaat daarna verder met de bajonet, door de soldaten van Napoleon ook “la fourchette” genoemd.

Er zijn opvallende verschillen tussen de wapens van de oorlogvoerende partijen:
Het Franse musket (model 1777, verbeterd in het jaar IX van de revolutie) werkt met loden kogels van 21 g. Het aanstampen van de kogel in de loop zorgt voor een preciezer schot, maar het laden van het geweer duurt langer (1 schot per minuut). Om technische redenen levert het Franse musket meer mislukte schoten op dan het Britse model.
Het Britse musket, genaamd "Brown Bess" schiet met kogels van 32 g, waardoor het doeltreffender kan worden ingezet tegen de paarden. De precisie is minder dan bij het Franse musket, maar er kan aan een hoger tempo gevuurd worden (bijna twee schoten per minuut).
Het Pruisische musket (model 1782, verbeterd) bevat tevens een lemmet, waarmee het patroon gemakkelijker kan worden losgescheurd dan met de tanden. Hierdoor kunnen de soldaten zowat drie schoten per minuut lossen.
Ook de Baker-karabijn wordt gebruikt in Waterloo, met name door twee Britse regimenten en het zeer professionele King's German legion, waarvan eenheden de hoeve La Haye Sainte verdedigen. De Baker karabijn is een wapen met getrokken loop. Het laden duurt lang, omdat men de kogel moet aanstampen, maar de precisie is opmerkelijk voor die tijd: 200 meter.

De conclusie is dat de vuurkracht van de geallieerden groter was dan die van de Fransen.

Praktische informatie

Het slagveld